Dutch words or phrases or grammar learned March 8, 2017

Duolingo

de kat = the cat

het paard = the horse

de muis = the mouse

de hond = the dog

de vogel = the bird

de beer = the bear

het dier = the animal

de olifant = the elephant

de schildpad = the turtle

de eend = the duck

het konijn = the rabbit

de spin = the spider

de krab = the crab

de koe = the cow

het hert = the deer

de uil = the owl

de staart = the tail

de neushoorn = the rhinoceros

de gans = the goose

het schaap = the sheep

de hoorn = the horn

Memrise

het eten = the food

het brood = the bread

de pasta = the pasta

de rijst = the rice

de aardappel = the potato

de groente = the vegetable

het fruit = the fruit

het vlees = the meat

de salade = the salad

de appel = the apple

Leave a Reply